Zoet gebak

Bloedspatten op het tafelzeil

Clafoutis

Naast het huis van mijn ouders ligt nu een betonnen pad, ooit aangelegd voor de vrachtwagen die dagelijks de rozen kwam ophalen voor de veiling. Maar in de tijd dat mijn vader nog elke ochtend voor dag en dauw zelf met zijn koelwagen richting Aalsmeer reed, was op die plek een kersenboomgaard. Aan de bomen groeiden morellen, een soort kersen die rauw eigenlijk te zuur is om te eten en die mijn moeder daarom inmaakte met suiker. En als ze op tafel kwamen, bond ze de siroop met een beetje custardpoeder, een trucje dat ze leerde op de cursus De Fijne Keuken, vertelde ze me laatst.
Wat die cursus verder nog meer behelsde kan ze zich jammer genoeg niet meer zo goed herinneren. Ineens schoot haar toch nog iets te binnen: ‘Hoe je een ananas moet snijden!’  Ik zag het voor me: twaalf jonge huisvrouwen met hoog opgemaakte kapsels die zich schaarden rond deze exotische vrucht, onder leiding van een strenge mevrouw met een bril aan een kettinkje én een groot mes.
Ondanks deze instructie kwam bij ons thuis de ananas voor zover ik mij kan heugen gewoon uit blik. Maar vanillevla (of -ijs, met Kerstmis) met warme kersen, kregen we dus geregeld voorgeschoteld.  Daar moesten we natuurlijk wél wat voor doen. Al die kersen moesten eerst niet alleen worden geplukt en in emmers en teilen naar binnen worden gesleept, maar vervolgens ook ontpit. Daarvoor hadden wij een heel arsenaal kersenpitters in huis, waarmee mijn moeder, mijn zus en ik aan de keukentafel alle kersen één voor één doorboorden, het tafelzeil onder spetterend met het bloedrode sap. Soms hielp buurvrouw Hoogervorst, de steun en toeverlaat van mijn moeder in het huishouden, ook mee. Zij was sowieso immer in een gebloemd jasschort gestoken en wij moesten bij dit karwei ook een schort of in elk geval oude kleren aan, want dat sap kreeg je er nóóóit meer uit.
Toen de boomgaard moest wijken, verdwenen ook de morellen uit mijn leven. Voor de warme kersen gebruikt mijn moeder tegenwoordig een pot (inhoud met siroop en al in een pannetje, verwarmen, een paar eetlepels custardpoeder oplossen in water of in een beetje van de kersensiroop en daar al roerend zo veel van toevoegen tot de gewenste dikte is bereikt). En verse kersen eet ik zo van het steeltje, de pit ongemakkelijk uit de mond wurmend met blauwe lippen en vingers tot gevolg, zoals iedereen.
Maar vorig jaar had ik ineens weer een ontpitter nodig, omdat ik clafoutis wilde maken, dat lekkere en simpele Franse dessert met kersen. De groenteboer had mooie rijpe, bijna zwarte exemplaren. De Marskramer ernaast verkocht zowaar kekke, strak vormgegeven ontpittertjes en vervuld van nostalgie begon ik aan de bloederige klus. Bij gebrek aan een tafelzeil zette ik het bakje maar in de gootsteen en trok ik een schort aan, dat er al gauw uitzag of ik niet met een onschuldig toetje, maar met een rituele slachting bezig was. Het maken van het beslag was vervolgens een fluitje van een cent en het gebak bleek een hit bij de kinderen. J.’s dochter Sarah wilde het zelfs ook leren maken. Een mooi moment. Plechtig overhandigde ik haar de ontpitter en een schort en sprak haar toe met de woorden van mijn moeder: ,,Pas op je kleren, want dat sap gaat er nóóóit meer uit.’’

500 gram kersen
100 g witte basterdsuiker
125 g bloem
3 grote eieren
3 deciliter melk
klontje boter
poedersuiker
 

Was de kersen, ontdoe ze van de steeltjes, ontpit ze en bestrooi ze met 50 g basterdsuiker. Laat dit een halfuur staan en verwarm intussen de oven voor op 175 graden. Vet een ovenschaal in met boter en verdeel de kersen erover. Doe de bloem in een kom met de rest van de suiker, de eieren, een mespunt zout en meng alles door elkaar met de mixer. Giet de melk erbij en mix nog even door. Giet dit beslag over de kersen en zet de schaal in de oven. Na ongeveer 45 minuten is de clafoutis gaar. Eet het gebak lauwwarm of koud, bestrooid met poedersuiker.

Bron recept: Sylvia Witteman: De Maillard-reactie

Family tree 2

Appel-walnoottaart

Nadat ik de walnoten-wortelmuffins (zie vorig recept) gemaakt had, bleef er nog steeds een flinke voorraad noten over. Ik ben niet de enige, blijkt uit de reacties die ik kreeg, want vooral de gelukkige bezitters van een notenboom kampen dezer dagen met een fikse voorraad: het is blijkbaar een goed notenjaar geweest. Ze worden op hun wenken bediend: vandaag opnieuw een notenrecept. Deze taart uit het Italiaanse standaardwerk De Zilveren Lepel heb ik al een paar keer eerder gemaakt, zij het nog niet voor deze site. Dit boek gebruikt de omschrijving Weense appeltaart, waarom is mij een raadsel. De recepten die ik vond op internet onder die naam, leken er eigenlijk niet op: ik vond bijvoorbeeld een cake-achtige taart, waarbij de appel en rozijnen door het deeg zijn vermengd. Dat is bij deze taart niet het geval: het recept lijkt op de Hollandse appeltaart, met het verschil dat de hele bovenkant wordt afgedekt met een lap deeg. Mooi om wat halve walnoten op te leggen, ter decoratie. En in de vulling gaan, behalve appels, walnoten en rozijnen, ook een paar lange vingers. Daar moet je dus een pak van aanschaffen, als je ze niet toevallig in huis hebt. Wie een snelle verbranding heeft, kan de rest van het pak gebruiken voor tiramisu, of zo'n mooie charlotte-russe, die ze in Heel Holland Bakt maakten. De deelnemers moesten de koekjes hiervoor zelf bakken, maar dat hoeven wij natuurlijk niet. Het mág wel hoor, als je lange-vingervormpjes hebt. De voortreffelijke Martine Bijl  merkte hierover snedig op: ,,Ooit bestond er een wereld zónder lange-vingervormpjes.''  
Zelf kocht ik een pak huismerk-exemplaren, die ik de rest van de week als calorie-arm koekje bij de koffie nam, na het eten van deze appeltaart. Het is namelijk wel een caloriebom. Maar: een lekkere.

Voor het deeg:
320 gr bloem, plus iets voor het aanrecht
80 gr kristalsuiker
2 eieren
geraspte schil van 1 citroen
165 gr zachte boter, in klontjes
1 eidooier, losgeklopt
zout

voor de vulling:
100 gr rozijnen
4 appels
4 lange vingers, verkruimeld (stop ze in een plastic zak, of tussen bakpapier, en rol de deegrol eroverheen)
100 gr gepelde walnoten, fijngehakt (houd er een paar apart voor de decoratie)
30 gr kristalsuiker
wat kaneel
1 eetlepel gesmolten boter, of notenolie als je dat hebt

Zeef de bloem met wat zout in een kom, maak een kuiltje in het midden en doe er de suiker, citroenrasp en de eieren in. Meng tot een kruimelig mengsel en werk er beetje bij beetje de boter door. Maak er een bal van en laat die minstens een uur rusten in de koelkast.
Maak intussen de vulling. Week de rozijnen 15 minuten in warm water, giet ze af en knijp ze uit. Schil de appels, verwijder de klokhuizen en snijd ze in niet te kleine stukken.
Leg de appels in een ruime schaal met de lange vingers, walnoten, suiker, kaneel, rozijnen en gesmolten boter en vermeng alles goed.
Verwarm de oven voor op 180 graden. Vet een rechthoekige schaal of bakblik in met boter. (Die van mij was 20 bij 30 cm, iets kleiner kan ook). Rol twee derde van het deeg uit tot een langwerpige lap en leg die in de schaal. Als er iets breekt of scheurt, repareer het gewoon met stukjes die over de rand hangen. Verdeel de vulling erover, rol de rest van het deeg uit en leg dat erop. Druk de randen dicht. Bestrijk de bovenlaag met de eierdooier en leg er eventueel hier en daar een halve walnoot op. Bak de taart ongeveer 45 minuten.

Bron recept: De Zilveren Lepel, uitg. Van Dishoeck


 

Consult bij de taartendokter

Stoofpeertjeskwarktaart

Collega Renate stond aan mijn bureau met twee volle plastic tassen: een met appels en een met stoofpeertjes. Ze verzekerde me dat ze zelf nog genoeg over had, uit de boomgaard van haar familie. Opgetogen nam ik de buit mee naar huis. De appels, (te zuur om zo op te eten, had ze er nog bij gezegd), verwerk ik wel in een taart, of net als de vorige keer in appelmoes. Maar die stoofpeertjes? Ik vind ze heerlijk, maar in de praktijk ben ik thuis de enige die er echt serieus van eet. De rest - sowieso geen toetjeseters - neemt één peertje, zegt 'lekker hoor' en gaat over tot de orde van de dag.
Misschien kon ik die stoofpeertjes verwerken in een taart, een kwarktaart bijvoorbeeld. Even googelen, en bingo: daar vond ik precies wat ik zocht, en wel op de site van bakproductengigant Dr. Oetker.
Voor het gebruiken van zo'n kant-en-klaarpak van de taartendokter hoef je je heus niet te schamen, zeker niet als je al een tas vol peertjes hebt staan schillen en die op een laag vuurtje gaar hebt laten stoven. Bovendien kun je er je eigen draai aan geven. Het recept gaf de suggestie de peertjes te koken in glühwein, een interessante optie, die ik in de donkere dagen voor kerst zeker eens zal proberen. Ik heb ze deze keer laten stoven in water met port; van een deel van het stoofvocht heb ik vervolgens een geleilaagje gemaakt voor op de taart. Met een stoofperenwaaiertje maak je het helemaal af. De taart vond gretig aftrek (tip: serveer als dessert met een klein glaasje port erbij) en de stoofpeertjes waren dus binnen een mum van tijd op. Dat wil zeggen: er stond nog een klein schaaltje in de koelkast, maar dat kon ik in mijn eentje wel op. Een lekker toetje, en nog gezond ook. Toch, dokter?

Ongeveer een kilo stoofpeertjes
Ongeveer 300 ml port
3 eetlepels suiker
1 pak kwarktaartmix naturel van dr. Oetker
450 gram vanillekwark
250 ml slagroom
2,5 blaadje gelatine
kaneel

Schil de peertjes, snijd ze doormidden en verwijder het klokhuis en de steeltjes. Giet de port erbij en vul aan met water tot de peren net onder staan, voeg daarna de suiker toe. Andere optie: kook de peertjes in 750 ml glühwein en eveneens 3 eetlepels suiker. Breng aan de kook en laat op zo laag mogelijk vuur gaar stoven. Afhankelijk van de peertjes duurt dit 1,5 tot 3 uur: controleer af en toe of ze gaar zijn.
Giet de peren af, bewaar het kookvocht. Laat de peren goed uitlekken, bijvoorbeeld in een zeef. Maak de kwarktaartbodem volgens de aanwijzingen op de verpakking, maar meng daar 2 flinke theelepels kaneel doorheen. Dep de peren droog en schik ze met de bolle kant naar boven op de taartbodem. Maak de kwarkmix volgens de aanwijzingen op de verpakking en schenk die eroverheen. Laat 2,5 uur in de koelkast opstijven.

Voor de geleilaag: week 2,5 blaadje gelatine in koud water. Verwarm 300 ml kookvocht van de peren in een pannetje, knijp de blaadjes gelatine uit en laat ze oplossen in het kookvocht. Laat het gelatinemengsel iets afkoelen. Giet het mengsel voorzichtig over de taart. Laat vervolgens weer 90 minuten in de koelkast opstijven. Snijd een stoofpeertje met een scherp mesje een aantal keer in, tot net onder het steeltje, en leg het als een waaiertje op de taart.

 

Donna's truc met de mok

Bosbessenmuffins

Australische tv-koks zijn een genot om naar te kijken. Ze spreken niet alleen Engels met een heerlijk accent, dat je meevoert naar die geweldigde jarentachtigserie Flying Doctors - men neme bijvoorbeeld de uitspraak igg in plaats van egg - maar hebben vanuit hun keuken ook het mooiste uitzicht op aarde. Zo kijkt Donna Hay vanuit haar keukenraam uit over de oceaan. Een uitzicht dat ons de adem zou benemen, maar waaraan ze zelf al zo gewend is dat ze onverstoorbaar in de pannen of in de camera staat te kijken. Geheel in harmonie met die knalblauwe achtergrond  is ze zelf meestal in het wit gekleed en gebruikt ze louter keukenspullen van roestvrij staal of wit en lichtblauw porselein. Alles past dus bij haar lijfspreuk Fast, fresh, simple, tevens de titel van haar programma.
Om ons nog jaloerser te maken is Hay niet alleen een succesvolle kok en kookboekenschrijfster, maar ook nog de ideale moeder: al vóór haar kinderen (blond en schattig en ook met smetteloos witte kleertjes aan) wakker zijn, maakt ze verse blueberry-muffins voor ze, om gelijk op te eten of mee naar school te nemen in hun lichtblauwe lunchtrommeltjes. En het moet gezegd: haar methode om deze lekkere cakejes te maken is écht supersnel en simpel. Haar geheim is dat ze alle ingrediënten afmeet in één en dezelfde mok (een stijlvolle witte natuurlijk), waarna het een kwestie is van mengen, vormpjes vullen en afbakken.
Dat kan ik ook, dacht ik. Ik heb  toevallig van Sinterklaas een mini-muffinvorm gekregen (niet lichtblauw, maar geel met oranje), dus ik nam in plaats van een mok een klein koffiekopje (zwart, met een barst erin). Maar dat werkte ook prima. Ik hield na het vullen van de 12 holtes van de siliconenvorm nog wel wat beslag over, dat deed ik in een papieren vorm, zodat ik 12 paddestoelvormige minimuffins kreeg en één grote.
Die laatste mocht mijn dochter opeten, zij het niet bij het ontbijt, maar na schooltijd. De volgende ochtend stopte ik een paar kleine exemplaren voor haar in een plastic bakje om mee te nemen naar school. Geen glanzende lunchbox, maar zo'n door tomatensaus en talloze vaatwasbeurten verkleurd diepvriesbakje uiteraard. Ik had, zoals elke ochtend, mijn vale joggingbroek aan en mijn 10 jaar oude fleecevest. Voor mijn keukenraam lag niet de blauwe zee, maar stonden groene gft-bakken. Toch, geloof het of niet, voelde ik me een héél klein beetje Donna Hay.

2,5 kop zelfrijzend bakmeel
1 kop basterdsuiker
0,5 kop olie
0,5 kop melk
theelepel vanille-essence
1 ei (ook voor kleine muffins gewoon een heel ei gebruiken, houd het simpel)
250 gr. blauwe bessen (evt. uit de diepvries) voor grote muffins, 125 voor kleintjes
klein beetje kristalsuiker

Verwarm de oven voor op 180 graden.
Meng eerst het bakmeel en de basterdsuiker, maak daarin een kuiltje en doe de olie, melk en het ei erbij. Meng met een garde of mixer. Roer de bessen erdoorheen en vul de vormpjes met het beslag. Strooi er nog wat kristalsuiker op voor een knapperig laagje.

Bak grote muffins ongeveer 25 minuten, kleine muffins 15 à 20 minuten. Check met een satéprikker: als die droog uit de muffin komt, is hij gaar.

Bron: Donna Hay op 24kitchen

Hoe kersterig wil je het hebben?

Kerstboomstam

Inmiddels is het een traditie in ons gezin: op kerstavond zijn alle vier de kinderen bij ons en gaan we eerst gourmetten en daarna met zijn allen naar de film. Eén keer zijn we, in plaats van naar de bioscoop, naar een kerstvoorstelling geweest in het Parktheater. Het was een draak van een stuk, maar toch werd het leuk, omdat we vanwege de sneeuw besloten te voet naar het theater te gaan. De wandeltocht door de sneeuw, met een gratis kerstverlichtingstour door onze wijk Kerk en Zanen, maakte het toch een geslaagde avond. Maar doorgaans gaan we dus naar de bioscoop. Eerst hebben we de hele Harry Potter-cyclus afgewerkt, nu stond alweer het derde deel van de Hobbit-trilogie op het programma. Nu zijn Fantasy-films niet iets waar ik bijzonder warm voor loop, maar de vorige aflevering viel mij nog alleszins mee, met vrolijke scènes uit Hobbit-land, die mooie elfenstad en een vermakelijke ontsnappingscène van dwergen in wijntonnen. Dit laatste deel was echter grotendeels gevuld met veldslagen tussen elfen, dwergen en orks, die viezige monsters met die slechte gebitten die zo tergend langzaam praten. Een collega had me al enigszins voorbereid met een recensie, bestaande uit één zin: 'Wát een slachtpartij!'.  Afijn, geen hoogtepunt dus, maar het gaat om het gezamenlijke uitje. Deze keer was de feestvreugde nóg groter omdat mijn zus, mijn zwager en hun twee zoons ook mee waren, zodat we bijkans een hele rij bezetten in de bioscoop. Mijn moeder liet de film aan zich voorbijgaan, maar schoof wel gezellig aan aan de kerstdis. We zaten dus met zijn elven aan een lange tafel in de kamer, op en top Kerstmis.
Omdat het gourmetten niet veel voorbereiding vereist - een berg mini-hamburgertjes produceren, wat vlees en vis marineren, groenten in stukjes snijden en kruidenboter maken - konden we alle kerstcreativiteit steken in het toetje. Dat er tiramisu moest komen, stond ook al vast, want ook dat is traditie bij ons. Maar omdat we nu toch met zo veel personen waren, was er ruimte voor nóg een dessert. Nu kon ik eindelijk eens die bûche de Noël, een kerstboomstam, maken uit het Feest-kookboek van Nigella Lawson, waar ik al zo vaak langsgebladerd ben met het voornemen die de eerstvolgende kerst te maken. Zelf was ik zo vrij nog wat rood fruit aan de rol toe te voegen, als een klein fris en fruitig tegenwicht aan al die boter, eieren, chocola en suiker. De kinderen hielpen me met het decoreren: strepen trekken en knoesten maken in de boombast met een satéprikker en chocoladeblaadjes maken met behulp van echte hulstblaadjes uit de tuin. Een gezamenlijk project dus, hoe kersterig wil je het hebben?

Voor de cake:
6 eieren, gesplitst
150 g suiker
2 theelepels vanille-extract
50 g cacao
1 diepvriespak rode vruchten (250 gr), ontdooid en iets kleiner gesneden. Of vers rood fruit natuurlijk: bessen, aardbeien, frambozen, bramen.

Voor het glazuur:
175 pure chocola
250 gr poedersuiker
225 gr zachte boter
1 eetlepel vanille-extract
wat poedersuiker om de boomstam mee te bestrooien

Verwarm de oven voor op 180 graden. Bekleed een kleine bakplaat met bakpapier, of anders een groot bakblik. Ik heb er zelf twee gebruikt: eentje van 25 bij 35 cm en een brownievorm van 28 bij 19 cm. Vouw het bakpapier in de hoeken, zodat het op zijn plek blijft liggen.
Klop in een grote schone kom de eiwitten dik en schuimig, doe er 50 gr van de suiker bij en ga door met kloppen tot het schuim in pieken blijft staan, maar niet droog is.
Klop in een andere kom de eidooiers en de rest van de suiker tot een bleek, dik mengsel. Doe er het vanille-extract en de cacao door en spatel erdoor. Maak het dooiermengsel wat luchtiger met een paar lepels schuim, spatel er dan steeds voorzichtig een derde van het schuim door. Giet het cakebeslag in het beklede bakblik (of verdeel het over de bakblikken) en zet het voor 20 minuten in de oven.

Laat intussen voor het glazuur de chocola smelten in een kom of pannetje boven een pan kokend water en laat deze wat afkoelen. Doe de poedersuiker in een kom en meng er voorzichtig de zachte boter doorheen. Tip: zet niet in één keer de mixer erin als je niet wilt dat je keuken minutenlang schuilgaat in een witte mist, wat bij mij gebeurde. In de afgesloten kom van de keukenmachine gaat dit natuurlijk altijd goed, maar dan moet je dat apparaat daarna wel weer schoonmaken, is even een afweging. Als suiker en boter gemengd zijn, mix dan naar hartenlust door tot je een glad mengsel hebt. Doe er de afgekoelde gesmolten chocola bij en het vanille-extract en mix nog even door.
Smeer een dunne laag glazuur over de plak cake, helemaal tot aan de rand. Verdeel hierover de rode vruchten en rol de plak cake vanaf de korte kant recht en strak op. Als je één plak hebt, snijd dan de uiteinden schuin af en maak hier zijtakken van; heb je net als ik een grote en een kleinere plak, dan kun je van het kleinste exemplaar de takken maken. Bestrijk nu de hele boomstam met de rest van het glazuur. Maak er schors van door het geheel met een satéprikker te bewerken en teken jaarringen op de snijvlakken. Om het af te maken kun je de boomstam met poedersuiker (sneeuw!) bestrooien.
Als je zin hebt, kun je dus ook nog blaadjes maken: smelt hiervoor nog wat extra chocola. Zoek in de tuin, of in het park, naar mooie stevige blaadjes: ik heb toevallig een grote hulststruik in de tuin staan. Was en droog ze en breng met een kwastje een laagje chocola aan op de blaadjes. Zet ongeveer 1,5 uur in de koelkast en trek dan heel voorzichtig het blaadje van de chocola af. Mooi hè?

Family tree

Wortel-walnotenmuffins

Ik ben gek op kraampjes met bloemen, groenten en fruit langs de weg en al helemaal als zo'n stalletje dan ook nog op bekend terrein staat: zoals bij de boerderij waar mijn neef André woont. Er waren walnoten te koop: je mocht een grote zak meenemen voor 2,50 euro, geen geld. Ik kwam erlangs op weg naar mijn moeder, twee huizen verderop.
Die walnotenboom ken ik dus maar al te goed: hij staat vlak bij de Ringsloot waar we vroeger met de hele buurt op schaatsten en waar we zomers nog wel eens in vielen, als we bijvoorbeeld probeerden wie het verst over de beschoeiing durfde te lopen. Nu doen mijn kleine achterneefje en nichtje dat waarschijnlijk. Ze zijn in elk geval ondernemend, want zij hadden de notenhandel opgezet op dat tafeltje, waar vrolijk de vlag bij wapperde. Ik deponeerde het geld in het emmertje, met een briefje erbij dat ze het resultaat wel zouden zien op mijn site, want ik weet dat Andrés vrouw Ramona af en toe meeleest. Ik had al een idee: op mijn werk had ik een tijdje geleden een lekkere wortel-notenmuffin gegeten. Die stond nog op het lijstje om een keer na te maken.
Het meeste werk bij deze cakejes zit in de voorbereiding, zeker als je de noten met de hand kraakt. Hoe doen ze dat eigenlijk bij de groothandel, die bakjes met allemaal mooie halve walnoten aan de supermarkt levert? Ik krijg het nooit voor elkaar met mijn notenkraker: de dop gaat in stukken en daarmee de noot in negen van de tien gevallen ook. Nu geeft dat niks, want de noten moeten toch in stukjes worden gehakt. Het is natuurlijk wel leuk als je een paar hele kunt overhouden, voor de garnering. De wortel dacht ik met de hand wel even te raspen, maar dat schoot niet op, waarna ik de rasp in een hoek smeet en toch de keukenmachine maar in elkaar zette. Die maakte in enkele seconden korte metten met de twee grote winterpenen, in ruil voor een berg afwas-, afdroog- en opruimwerk. Genoeg gezeurd: als eenmaal alles klaarstaat, is het verder een fluitje van een cent en voor je het weet staan de cakejes te dampen op het aanrecht. Nu wilde het toeval dat ik ook die dag even bij mijn moeder langs ging, dus bracht ik ook vier muffins langs bij de notenleveranciers. Een foto op internet is leuk, maar zelf proeven is natuurlijk beter. Ik had ze al in een plastic tasje gedaan om ze lekker dorps aan de deur te hangen, maar Ramona deed zelf open. Ze nam de muffins met plezier in ontvangst en gaf me weer een nieuwe zak walnoten mee. Wordt vervolgd dus!

Voor 12 grote muffins (of 16 iets kleinere)

400 g winterpeen, geschild en geraspt
350 g lichtbruine basterdsuiker
4 eieren
75 gr. gepelde walnoten, grof gehakt
1 theelepel kaneel
175 ml olijfolie
300 gr bloem
2 volle theelepels bakpoeder
zout
papieren muffinvormpjes en een muffinbakblik
(heb je geen bakblik, zet dan per muffin twee vormpjes in elkaar)

Vervarm de oven voor op 180 graden en zet de muffinvormpjes in het bakblik.

Meng de suiker, eieren, het merendeel van de walnoten, de kaneel en de olijfolie en een snuf zout in een grote kom. Als je de wortel hebt geraspt in de keukenmachine, kun je daar natuurlijk de andere ingrediënten bij doen. Meng in een andere kom bloem en bakpoeder en voeg dit in delen toe. Roer of mix niet te lang, gewoon tot alles glad en gemengd is.

Verdeel gelijkmatig over de vormpjes. Verkruimel de de achtergehouden noten erover (of leg er een halve op, als je die hebt) en zet ze 20 tot 25 minuten in de oven, tot ze goed gerezen, goudbruin en gaar zijn. Controleer door erin te prikken met een satéprikker.  Als deze er schoon uitkomt, zijn ze gaar. Laat ze 10 minuten afkoelen in de vorm en laat ze daarna verder afkoelen op een rooster.

Bron recept: Jamie Oliver in Allerhande

De appeltaarttest

Appel-plaatkoek met anijs en vanille

Na een strandwandeling op een zonnige septemberdag stapten J. en ik paviljoen de Zeemeeuw binnen. We hadden best wel trek gekregen, dus  J. bestelde bier en bitterballen en ik had zin in thee met appeltaart, want daar krijg ik het ultieme dagje-uitgevoel van. Bovendien voer ik hiermee graag mijn persoonlijke horeca-test uit (ik werk niet voor niets bij het AD):  als de appeltaart lekker is en vers, is de rest vaak ook wel in orde. Dit strandpaviljoen bakte in elk geval niet zelf: de menukaart vermeldde trots dat de appeltaart betrokken werd van de plaatselijke banketbakker. Om dat te bewijzen, zat het plastic velletje met de naam van de leverancier nog om de taartpunt heen. Het gebak had echter op weg van de bakker naar mijn tafel een tussenstop gemaakt in de vriezer, merkte ik toen mijn vork in de bevroren stukken appel bleef steken. Het meisje dat de bestellingen opnam vond gelukkig ook dat dit niet kon en droeg een ondergeschikte op een nieuw stuk te brengen. Dat was weliswaar ontdooid, maar nog wel ijskoud en mede daardoor vrij smakeloos. Het gaf me wel een dagje-uitgevoel, maar op een foute manier: het deed me denken aan een tochtje op een Van der Valk-rondvaartboot of een low-budgetbusreis naar een kerstmarkt in Düsseldorf, met een tussenstop in een AC-restaurant.
Toch zat het paviljoen - pal naast de boulevard - stampvol op deze mooie najaarsdag. In het halfuurtje dat wij er zaten, moesten wel vijf keer mensen worden weggejaagd uit een zithoek waar  het wat ongastvrije bordje 'privé' bij stond. Hier stroomde het geld toch wel binnen.
Niet elke horecagelegenheid heeft het gelukkig zo makkelijk. Wie elke klant koestert, bakt zijn appeltaart elke dag vers. Hoe moeilijk kan het zijn? Geef één van die twintig studenten uit de bediening een schort, een schilmesje en een paar ovenwanten en laat hem of haar de hele dag door op grote bakplaten lekkere verse appeltaart bakken. De variant die ik afgelopen week maakte - met de appels die ik van mijn collega Renate kreeg - is supereenvoudig en leent zich uitstekend om in grote hoeveelheden te produceren.  De vanille en anijs geven er net even een aparte twist aan. Maar je kunt natuurlijk ook variëren met kaneel, een scheutje rum of cognac, citroenrasp, verzin het maar. En als je geen strandpaviljoen hebt, kun je hem natuurlijk ook prima maken voor een drukbezochte verjaardag, voor je collega's of je voetbalteam.  

Voor een bakblik van 25 bij 35 cm (verdubbel de hoeveelheid voor een hele bakplaat):

300 gr zelfrijzend bakmeel
300 gr basterdsuiker
120 gr havermout of muesli
240 gr boter
60 ml melk
zout
1 vanillestokje
8 goudreinetten of andere friszure appels
1 tl anijszaad
1 el notenolie (of als je dat niet hebt, zonnebloemolie)
bakpapier
abrikozenjam
1 blaadje gelatine
eventueel scheutje cognac/calvados/rum

Kneed van het zelfrijzend bakmeel, de basterdsuiker, de havermout of muesli, de boter in stukjes, de melk en een snufje zout een soepel deeg. Verdeel het deeg over de bodem van een met bakpapier beklede taartvorm of bakblik. Verwarm de oven voor op 175 graden (hetelucht) of 200 gr (elektrisch).

Snijd het vanillestokje in de lengte in en schraap het merg eruit. Schil de appels, snijd ze in parten en verwijder het klokhuis. Snijd de parten dan in niet al te dunne schijfjes. Meng de appel met het vanillemerg, het anijszaad en de olie. Verdeel de appel over het deeg en bak de plaatkoek 35 tot 40 minuten in de oven.

Als de taart uit de oven is: week een blaadje gelatine in water. Verwarm een paar eetlepels abrikozenjam met een scheutje water en eventueel een scheutje cognac (of calvados of rum). Laat het blaadje gelatine erin oplossen. Giet het jammengsel door een zeef en bestrijk met een kwastje de appels ermee.  

Sap tot op de bodem

Perziktaart

Om te illustreren hoe voordelig de ingrediënten voor onderstaand recept zijn, googelde ik even de prijs van perziken op sap bij de Lidl, want daar had ik ze gekocht. Tot mijn verrassing belandde ik op de consumentensite Klacht.nl, waar een klant zijn beklag deed over een blik perziken dat hij (of zij) bij Lidl had aangeschaft, maar dat alleen vocht bleek te bevatten. ,,Alleen maar perzikensap, tot op de bodem. Ik kon moeilijk met dat blik terug naar Lidl gaan en het daar uitleggen…Ik wou niet voor schut staan als ze me niet zouden geloven.'' Een wrang voorbeeld van de kleine consument, in een hoek gedreven door het grootwinkelbedrijf. Het team van Klacht.nl was er dan ook meteen mee aan de slag gegaan, lees ik daaronder: Brenda stuurde de Lidl een mail en Barbara meldt dat de supermarkt de klacht in behandeling heeft genomen. Maar dat is al 2 maanden geleden, staat erbij, en sindsdien is er geen actie op het perzikfront. Antoinette Hertsenberg van Radar had die filiaalmanager allang aan zijn oren naar het magazijn getrokken om een nieuw blik (1,29 euro overigens) te halen voor deze klant, denk ik. Of beter nog: een hele tray blikken, om het een beetje goed te maken.  
De kans dat u dit ook gebeurt, lijkt me verwaarloosbaar: ik heb het nog nooit meegemaakt met welke conserven dan ook. En het is meteen ook het enige wat mis kan gaan bij onderstaand recept, dat wat mij betreft valt in de categorie 'minimale inspanning, groots effect'.
Ik weet het, perziken en nectarines liggen nu volop en voordelig voor het grijpen in de supermarkt en bij de groenteman. Toch koop je voor onderstaand recept het best een blik halve perziken op sap: Je gebruikt het vocht namelijk ook. En nog een voordeel: de gepelde vruchten hoef je alleen maar met een scherp mesje in partjes te snijden. Het is sowieso een gemak-dient-de-mens-recept, afkomstig uit het boek Feest van Nigella Lawson. Ik heb de verhouding cake-perzik wel wat aangepast, om de taart iets minder machtig te maken. De helft van het beslag uit haar recept blijkt genoeg voor een springvorm van 24 of 26 cm, of voor twee kleine vormpjes, zoals ik heb gebruikt. Het leuke is dat de taart er ook nog eens mooi uitziet, terwijl hij echt supersimpel te maken is. Bovendien kun je bijna alle ingrediënten op voorraad hebben. Dus haal maar meteen een paar blikken perziken in huis, voor het geval dát.

Een groot blik perziken (uitlekgewicht 480 g)

90 gr polenta
105 gr bloem
190 gr suiker
2 theelepels bakpoeder
1,5 dl zonnebloemolie
1,5 dl van het vocht van de perziken (sap, geen siroop, zegt Nigella, maar ik kon dus alleen perziken op lichte siroop vinden)
2 grote eieren
evt. een scheutje Grand Marnier

Verwarm de oven voor op 180 graden. Vet een springvorm in met een beetje zonnebloemolie. Laat de perziken uitlekken en waar het vocht. Snijd de halve perziken in partjes en leg ze in een mooie waaiervorm op de bodem van het bakblik.
Meng de polenta, bloem, suiker en bakpoeder in een kom. Meet in een maatbeker de olie en het vruchtensap af en klop er de eieren door. Voeg evt. een scheutje Grand Marnier toe. Klop dit vochtige mengsel door de droge ingrediënten en giet het beslag over de perziken in de vorm. Zet de taart ongeveer 3 kwartier in de oven, test met een satéprikker: als die er droog uit komt, is het gebak gaar. Het gebak is goudbruin, voelt veerkrachtig aan en begint los te komen van de rand. Het kan zijn dat je de vorm tijdens het bakken met aluminiumfolie moet bedekken, omdat de taart te donker wordt. Zet de taart ongeveer 5 minuten op een rooster om iets af te koelen en stort hem dan op een schaal. Het kan zijn dat ondanks de olie hier en daar een plakje perziken blijft plakken. Niet erg: pak het voorzichtig uit de vorm, met een mesje eronder bijvoorbeeld, en leg het op zijn plek. Heb ik ook gedaan, je ziet er niks meer van, toch? De taart is het lekkerst als hij nog warm is, maar koud smaakt hij ook prima.

L'Écomusée de la pomme et du cidre

 

Normandische appeltaart

Een bezoek aan een ciderproducent mocht natuurlijk niet ontbreken tijdens onze vakantie in Normandië. We arriveerden aan het eind van de middagpauze die heel Frankrijk van twaalf tot twee lamlegt bij het Écomusée de la pomme et du cidre in Bretteville-du-Grand-Caux, eigenlijk niets meer dan een boerderij met boomgaard en een open schuur waarin we de opslagtanks voor de appelwijn al zagen staan. We waren vooralsnog de enige bezoekers en liepen alvast een rondje op het erf. Van het foldertje van de Information Toeristique herkende ik het ludieke gastenverblijf: een enorme houten ton die op zijn kant in het gras lag, met een kleine veranda ervoor - een tafereel rechtstreeks uit een Suske en Wiske-album.
In het weitje voor het huis stond een landerige ezel en zochten eenden verkoeling in de vijver. De kinderen hoopten dat er eentje gebruik zou maken van het schattige miniatuurbruggetje over de waterpartij, maar ja, waarom zouden ze? De geiten zochten beschutting tegen de brandende zon onder een afdakje, met de Franse slag gefabriceerd van een oude badkuip. De boer, voldaan na zijn waarschijnlijk met cider besproeide déjeuner, kwam inmiddels aanrijden op een kleine tractor en de boerin noodde ons binnen in de schuur annex winkel annex expositieruimte. Ze gaf ons een beschrijving in het Nederlands waarmee we onszelf gratis mochten rondleiden. Even later kwam ze (désolée!)  vragen weer twee van onze vier gidsjes af te staan, omdat er nog een Nederlands gezin was binnengekomen. In de halfdonkere loods bekeken we braaf alle ciderpersen en bijbehorende curiosa die daar stonden te verstoffen en lazen op de verschoten tekstpanelen dat de Fransman ooit per hoofd 600 liter cider per jaar dronk! Veel meer dan wijn, wat te maken had met een ziekte in de wijngaarden die de druivenproductie lange tijd bijna stillegde.
Vervolgens gingen we de boomgaard in om de hoogstamfruitbomen te bewonderen. Terwijl we daar even aan een picknicktafel onder een boom gingen zitten, leidde de boer een troep ganzen van het ene veldje naar het andere. Ze gehoorzaamden weliswaar, maar maakten een kabaal alsof ze naar de slachtbank werden gebracht. Ze hadden een vooruitziende blik, lazen we in ons bundeltje A4'tjes, want tegen de kerst belandt het complete nest dat moeder de gans dat jaar heeft grootgebracht - 10 of 11 dieren meestal - traditiegetrouw in de pan. Als feestelijk braadstuk, of als paté of rillette, allemaal verkrijgbaar in de museumwinkel.
Daar werden we uiteraard geacht ons bezoek af te sluiten. ,,Mon mari vous attend pour le dégustation,'' riep de boerin ons toe, haar betoog in rad Frans tegen tegen twee bezoekers in motorpakken even onderbrekend. De heer des huizes had zich al achter de balie geposteerd met een aantal geopende flessen. Hij liet ons halfzoete cider proeven, die een beetje naar Shandy smaakte. De brut-variant beviel ons veel beter, daar wilden we wel een fles van. We probeerden ook een aperitief op basis van cider en calvados, een pittig drankje (27 procent), waar mijn dochter (15) geheel onbevoegd, maar met smaak van mee nipte. Onze gastheer  was er gul mee, terwijl hij honderduit vertelde over zijn bedrijf. Hij was de vierde generatie ciderboeren. Zijn dochter zat nu op de agrarische school en wilde in de parfumindustrie gaan werken, maar wie weet, parfum of cider, zo ver lag dat nu ook weer niet uit elkaar, n'est-ce pas? Oei, daar viel het licht uit, een gevolg van de storm die hier het elektriciteitsnetwerk een paar dagen eerder flink had beschadigd. Dat gaf even wat gedoe, want de kassa deed het nu ook niet meer. Gelukkig vond de eigenaar nog wat wisselgeld in de woning achter het huis en konden we toch met een doos vol flessen in de achterbak terugrijden naar onze gîte.
Calvados is het destillaat van cider, net zoals cognac de geconcentreerde vorm is van wijn. De drank laat zich dan ook goed combineren met appel, bijvoorbeeld in onderstaande Normandische appeltaart. Mocht je geen calvados hebben, dan kun je ook prima cognac gebruiken en in dit recept is het zelfs te vervangen door appelsap.

Voor het deeg:
200 g bloem
mespunt zout
125 g koude boter, in blokjes gesneden
1 eidooier
2 à 3 eetlepels koud water

Voor de vulling:
1 eiwit, losgeklopt
2 à 3 zoetzure appels, geschild en zonder klokhuis in dunne plakjes gesneden
60 g suiker
geraspte schil van 1 citroen
1tl  kaneel
2 eieren
200 ml slagroom
1 theelepel vanille-essence

Voor de glanslaag:
1 blaadje gelatine
ong. 100 ml calvados (of cognac of appelsap)
70 g abrikozenjam
25 g suiker

Verder nodig: een dichte taartvorm van 24 of 26 cm doorsnee en bakbonen (keramisch of gedroogd).

Zeef voor het deeg de bloem met het zout in een kom. Wrijf de boter erdoor tot het mengsel op grof broodkruim lijkt. Klop de eierdooier los met 2 eetlepels water en giet dit over het deeg. Kneed tot een samenhangend deeg dat niet meer aan je vingers plakt en voeg zonodig nog wat extra water toe. Maak er een ronde plak van en laat het verpakt in plastic folie ± 30 minuten in de koelkast rusten.
Verwarm de oven voor op 200°C.
Rol het deeg uit tot een ronde lap van iets minder dan een halve cm dik. Die gaat onvermijdelijk scheuren aan de randen, zodat het deeg lijkt op de grillige rotskust van Normandië. Geen nood, leg het gewoon in de taartvorm en repareer alle scheuren met het overhangende deeg. Belangrijk: neem een dichte taartvorm, liefst geen springvorm. De vulling is immers dun en druipt bij lekkage op de bodem van de oven, wat een zwartgeblakerd maanlandschap oplevert en een nare brandlucht, weet ik uit ervaring.
Prik de deegbodem op regelmatige afstanden in en bekleed hem met een velletje aluminiumfolie. Vul de vorm met de bakbonen. Zet de vorm 15 minuten in de voorverwarmde oven. Verwijder de folie en de bonen, bestrijk het deeg licht met het eiwit en laat het nog 5 minuten bakken. Zet de vorm op een taartrooster en schakel de oventemperatuur terug naar 180°C. Schep de appelschijfjes door elkaar met de citroenrasp, nootmuskaat of kaneel en de helft van de suiker. Verdeel ze dakpansgewijs over de deegbodem.
Klop de eieren los met de resterende suiker en klop er daarna de slagroom en de vanille-essence door. Giet het vlamengsel voorzichtig over de appels en zet de taart 40 à 50 minuten in de oven tot de bovenkant goudbruin van kleur is.
Laat de taart iets afkoelen op een rooster en maak ondertussen de glanslaag. Week het blaadje gelatine in koud water. Doe de jam, calvados en de suiker in een pannetje en verwarm tot de suiker gesmolten is. Voeg de gelatine toe en laat oplossen. Haal het mengsel van het vuur en laat afkoelen tot handwarm. Bestrijk de taart er royaal mee.

 

 

 

Zuster Nigella

Brownies met witte-chocoladechips

Rutger, de sympathieke winnaar van Heel Holland bakt, heeft zijn eigen bakboek uitgebracht en duikt nu overal op in interviews. Ik krijg het vast wel voor mijn verjaardag, volgende maand. Om toch alvast die 'perfecte brownie' waar hij het in onze krant over had, te bakken, ging ik eens googelen op internet, om te zien of hij zijn recept daar misschien al had prijsgegeven. Maar nee hoor, nergens te vinden nog. Heel goed hoor Rutger, je hebt niet voor niets tien pogingen ondernomen om tot de perfectie te komen. Ik zie het voor me, Rutger - in het dagelijks leven verpleegkundige - die alles tot op de gram afweegt, oventemperaturen en baktijden tot op de seconde bijhoudt op zo'n kaart waarop hij ook de hartslag en bloeddruk van zijn patiënten noteert. Niets laat hij aan het toeval over, zo bewees hij ook al tijdens zijn deelname aan het bakprogramma. Zou ik zijn stem horen in de uitslaapkamer van een ziekenhuis, ik zou me nergens meer druk over maken en me, aangenaam verdoofd, weg laten zweven in een droom van smeltende chocola. Maar al met al had ik nog geen recept. Ik nam dus mijn toevlucht tot een boek van Nigella Lawson, het onvolprezen Feest. Met haar als narcoseverpleegkundige zou ik me iets minder veilig voelen dan bij Rutger, want Nigella werkt bij voorkeur op het oog en op gevoel. Bovendien staan in zo'n ziekenhuis overal verdovende middelen voor het grijpen en ook daar schijnt deze zwoele zuster nog wel eens van te willen snoepen. Maar het resultaat in de keuken is er niet minder om. Ze kijkt, ze ruikt en voelt of het gebak perfect is. Want schrijft ze terecht: het verschil tussen een lekker kleffe en een droge brownie is maar enkele minuten.  

180 gr ongezouten boter
180 gr pure chocola
3 eieren
175 gr suiker
halve eetlepel vanille-extract
115 gr bloem
halve theelepel zout
ong. 100 gr. witte chocola, in stukjes gehakt
evt. poedersuiker

Deze hoeveelheden zijn de helft van het recept van Nigella, die een bakblik van 33 x 23 cm gebruikt. Ik heb er een gebruikt van 28 x 19 centimeter.
Bekleed de bakvorm met bakpapier. Nadat je het bij de hoeken hebt omgevouwen, kun je het vastzetten met een paperclip of, zoals ik gedaan heb, gewoon met een paar nietjes, zodat het blijft zitten. Verwarm de oven voor op 180 graden. Laat de boter en chocola smelten in een pan met dikke bodem (Nigella) of au-bain marie (Rutger, ongetwijfeld). Ik geef de voorkeur aan de laatste methode, omdat je dan zeker weet dat het niet aanbrandt. Laat dit iets afkoelen. Klop intussen in een maatbeker de eieren los met de suiker en het vanille-extract. Klop er het chocolade-botermengsel door. Spatel daarna de bloem en het zout erdoor. Roer als laatste de stukjes witte chocola erdoorheen. Giet het mengsel in de bakvorm. Bij de hoeveelheid en bakvorm die ik gebruikt heb, werden de brownies niet zo hoog: iets meer dan 2 cm. Een oventijd van 23 minuten bleek precies goed. Vallen ze dikker uit, dan zal de oventijd iets langer zijn, houd dan 25 minuten aan. Laat afkoelen en snijd in vierkante stukken, bestrooi eventueel met poedersuiker.

Staat niet op de kaart

Appels voor op de pannenkoek

We zaten met de hele familie in het pannenkoekenrestaurant. Het was een oude watermolen, prachtig gelegen, midden in het bos. Het trappetje naar beneden was een beetje lastig voor oma, maar met vereende krachten kregen we haar op de plek van bestemming: een gezellig zaaltje met bakstenen muren vol oude foto's, de tafels bedekt met geruite kleedjes. Een serveerster deelde kaarten rond en vroeg of we misschien al iets wilden drinken. We lieten ondertussen onze ogen gaan over het uitgebreide assortiment aan pannenkoeken en andere lunchgerechten: de uiensoep, de twee kroketten met brood. Maar nee, pannenkoeken, daar kwamen we voor. Daar was de dame alweer. En toen stelde J.’s zus die vraag: ,,Het staat wel niet op de kaart, maar is het misschien mogelijk dat ik een pannenkoek neem met spek én appel?’’ Op de kaart prijkten namelijk zowel een spek- als een appelpannenkoek. ,,Nee, helaas’’ antwoordde de juffrouw, hierbij strak op haar blaadje kijkend, om oogcontact en daarmee ruimte voor discussie te voorkomen. Maar mijn schoonzus deed precies wat ik ook altijd doe in zo’n geval: in gedachten de aantekening maken 'voor oma's volgende verjaardag op zoek naar een andere locatie' en voor de rest geen woorden vuil maken aan de kwestie: ,,Okee, dan neem ik appel.'' Als een kok die blijkbaar spek en appels in huis heeft, geen appel-spekpannenkoeken kan maken, dan is elk verder commentaar zinloos.

Pannenkoeken met spek en appel zijn ook thuis lekker, maar ze bakken is nog best lastig. De stukjes appel hebben de neiging om er bij het omdraaien uit te rollen, of aan de pan te plakken. Of je moet de koeken zo dik maken dat ze er helemaal in verzonken liggen, maar dat is niet lekker en het duurt bovendien lang voor ze gaar zijn. De oplossing is even simpel als doeltreffend: bak zowel het spek als de appel apart en serveer alles in schaaltjes bij de pannenkoeken. Plakjes ontbijtspek laat je gewoon uitbakken in de koekenpan, zonder boter. De appel gaat in een braadpan, met boter, suiker en kaneel. Is net zo lekker, ziet er leuk uit, en combinaties maken met welk ander garnituur dan ook - van shoarma tot marshmellows - is geen probleem: het is jouw feestje. Misschien ook een idee voor restaurant Beerenschot's Watermolen in Winterswijk.

 

1 à 1,5 kilo goudreinetten
(vloeibare bak-)boter
suiker
kaneel

 

Schil de appels, snijd ze in vieren en snijd die kwarten nog eens in tweeën of - bij grote appels - in drieën, zodat je vrij dunne partjes krijgt. Smelt wat boter in de pan, voeg de helft van de appels toe en bestrooi met suiker en kaneel, hoeveelheid naar eigen goeddunken. Laat op niet al te hoog vuur een paar minuten bakken, roer af en toe om. Als de appels lekker zacht worden en de suiker met de kaneel een beetje stroperig wordt, zijn ze goed. Proef om te controleren. Schep de appels in een schaaltje en bak de andere helft op dezelfde manier. Je kunt dit - in geval van een (verjaardags)feestje - van tevoren doen en vlak voor het aan tafel gaan de appels verwarmen in de magnetron.

 

 

 

De eekhoorntjes doen het ook

Walnoottaart

Bij een bezoekje aan mijn ouders zag ik onder in de fruitmand een grote hoeveelheid walnoten liggen. Ze kwamen van de boom bij de boerderij waar mijn vader is geboren en waar nu mijn neef woont, een paar honderd meter verderop. Nu ik erover begon, m’n moeder was eigenlijk van plan ze maar weg te gooien, want die lagen daar immers al sinds de herfst. We namen de proef op de som en wat bleek: ze waren nog prima. Blijkbaar kun je ze langer bewaren dat je denkt. ,,De eekhoorntjes doen het ook,’’ zei mijn moeder en gaf me twee zakken mee, want wat ze met zo veel noten aan moest wist ze toch ook niet. Ik dacht hardop aan wortel-notenmuffins, (wat ons uiteraard weer op die mop over dat andere knaagdier bracht) maar het werd een walnoottaartje, omdat ik daar toevallig alles voor in huis had: boter, suiker, eieren, bloem, het standaardwerk. Cognac had ik helaas niet, dus heb ik grand marnier gebruikt, wat eigenlijk te zoet is (hoewel ik geen klachten gehoord heb). Maar ik denk dat cognac lekkerder is. Koop eventueel zo’n miniflesje, of gewoon een grote fles, kan jou het schelen. Bewaar hem gewoon voor de volgende keer, of voor noodgevallen. Dat doen de eekhoorntjes ook.  

150 gr walnoten (NB: zonder de doppen)
150 gr donkerbruine basterdsuiker
2 eiwitten
eventueel een scheutje cognac
150 gr bloem
125 gr boter
80 gr witte basterdsuiker

Doe de bloem, de witte basterdsuiker en de boter in een kom, snijd de boter met twee messen in kleine blokjes en kneed dan tot je een mooie deegbal hebt. Leg die, verpakt in plasticfolie, in de koelkast en laat een halfuurtje rusten. Intussen maak je de vulling en verwarm je de oven vast voor op 175 graden. Ik moest eerst noten kraken, dus daar was ik wel even mee bezig, je kunt ze natuurlijk ook gepeld kopen. Hak ze met een scherp mes op een snijplank in kleine stukjes. Klop de eiwitten stijf en roer er daarna de walnoten, de donkerbruine basterdsuiker en eventueel de cognac doorheen. Bekleed een ingevette vorm met het deeg (een springvorm  van 26 cm doorsnee  bleek een prima formaat, iets kleiner kan ook), maak een opstaand randje. Dit hoeft niet hoog te zijn, 1,5 tot 2 cm ongeveer. Verdeel het walnotenmengsel over de deegbodem. Bak de taart ongeveer 30 tot 40 minuten.

Bron recept: Allerhande.nl, uit kookschrift van Sarah Kamman

Nigella's gebarsten bruidstaart

Pavlova

Arme Nigella. Ik weet eigenlijk niet wat erger is: dat je echtgenoot je naar de keel vliegt in een restaurant en je vervolgens de foto van de ruzie op de voorpagina van alle tabloids terugziet, of dat je eega daarna doodleuk verklaart dat hij alleen maar hielp ‘een snotje uit je neus te halen’. Niet zo gek dat ze meteen haar koffers pakte en richting VS vertrok. Daarna moest ze uit de krant vernemen dat zij en haar man gingen scheiden. Tja, het kan heel goed zijn dat ze het bloed onder de nagels van haar wederhelft vandaan heeft gehaald, hoor. Maar ik sta uiteraard aan haar kant, ook al ken ik haar natuurlijk alleen van tv en van haar boeken. Van haar tv-optredens, waar ze heel wat sensualiteit in legt - ook al roept ze in elk interview nog zo hard dat ze het niet expres doet -  heb ik eigenlijk niet eens zo veel gezien. Ik val wel eens aan het eind in een van haar programma’s, als ze net schalks de deur van de koelkast opentrekt om nog even gulzig te gaan snoepen van kleverige kippenpootjes of chocoladetaart met glazuur waarin - dat weet ik uit haar kookboeken - behalve boter en pure chocola een HELE BUS poedersuiker verwerkt is. Haar boeken lees ik graag, niet alleen om de recepten, maar ook vanwege het feelgood-effect dat de begeleidende teksten hebben. ‘Maak je niet druk’ is haar motto en het moet vooral leuk zijn in de keuken. Af en toe ruimt ze een hele pagina in voor een inventarislijst  van alle koekvormpjes die ze heeft - niet voor niets nam haar verhuizing uit de echtelijke woning dagen in beslag - of zet ze een klein plastic mannetje op ski’s op een omelette sibérienne. Ik heb stad en land afgezocht, maar helaas niet net zo’n poppetje kunnen vinden. Want anders zou ik hem graag op mijn met kokos besneeuwde chocoladetaart laten skiën, ook een recept van Nigella en de favoriet van mijn zoon. In het recept voor die taart schrijft ze overigens: ‘Als je geen Malibu in huis hebt, zou ik er niet speciaal voor naar de winkel gaan, maar ik moet eerlijk zeggen dat ik nooit zonder Malibu zit.’ Hoe kun je nu boos op zo iemand worden?

Toevallig heb ik haar boek Feest net weer eens gepakt om haar recept voor pavlova te gebruiken, om een overschot aan eiwitten weg te werken. Het is een echt Nigella-dessert: ‘Een boek van mij is niet compleet als er niet eentje in staat’ schrijft ze. Ironisch genoeg tuigt ze de schuimtaart deze keer op als een bruidspavlova, maar als ik Nigella was zou ik hem nu gewoon lekker maken om de scheiding te vieren. Want hij is niet alleen wit (of roze, zoals in mijn geval), maar hij komt ook altijd gebarsten de oven uit.

8 eiwitten
snufje zout
500 gr suiker
4 theelepels maizena

2 tl witte-wijnazijn
(evt.) 1 tl vanille- of kokosextract
(evt.) druppeltje levensmiddelenkleurstof

 

Verwarm de oven voor op 180 gr. Bekleed een bakplaat met bakpapier en teken een cirkel met een middellijn van ongeveer 25 cm (of trek een cirkel om een bakvorm in die maat). Klop de eiwitten met het zout tot zich satijnige pieken vormen. Klop er dan eetlepel voor eetlepel de suiker door, tot het schuim stijf en glanzend is. Spatel er de maizena, de azijn en evt. de essence en kleurstof door. Schep het schuim op de cirkel op het bakpapier. Maak de bovenkant ongeveer vlak en strijk de zijkanten glad. Zet de pavlova in de oven en temper onmiddellijk de temperatuur tot 150 gr. Laat de pavlova 75  tot 90 minuten in de oven staan, tot hij gerezen is. Hij is van boven gebarsten en aan de zijkant ook een beetje. Als hij aan de buitenkant nog niet droog en bros is, moet je hem nog wat langer in de oven laten. Zet de oven uit, zet de ovendeur open en laat de pavlova volledig afkoelen. Serveer met slagroom en vers fruit.

 

Alles voor het goede doel

Stroopwafeltaart

De school van mijn dochter houdt elk jaar een goede-doelendag, waarbij de leerlingen met zelfverzonnen acties geld inzamelen voor een stichting of fonds. Vorig jaar had ze goede zaken gedaan met het tekenen van manga-portretten van medescholieren en leraren, die ze voor slechts één euro vereeuwigde met de grote glimmende ogen, puntige haarpieken en spitse oren van die Japanse tekenstijl. Zelfs drie vriendinnen die samen geportretteerd wilden worden, hoefden maar voor één tekening te betalen. Toch wist ze ruim 20 euro bij elkaar te tekenen achter dat tafeltje, maar aan het eind van de middag had ze kramp in haar arm. Dit jaar ging ze voor een minder vermoeiende actie: een taart bakken, net als haar vriendinnen van plan waren. Maar niet zomaar een taart, nee, in de HEMA had ze een keer een stroopwafeltaart zien staan en die ging ze namaken, met een recept van internet. Een goede keus, vond ik, want stroopwafels en goede doelen zijn al sinds mensenheugenis met elkaar verbonden.
Uiteraard hoefde ik haar niet te helpen, alleen met het horizontaal doorsnijden van de cakebodem, want die was maar een centimetertje hoog geworden. ,,Het komt allemaal goed straks,’’ beloofde ik, terwijl ik de bodem voorzichtig in twee nog dunnere ronde plakken sneed. Het bleek gelukkig zo te zijn: met de caramelvulling ertussen en de slagroomtopping met stukjes stroopwafel eroverheen was het een heuse taart geworden. En versierd met grotere stukken stroopwafel  schreeuwde de taart helemaal  ‘koop mij, koop mij!’. Net als bij een IKEA-bouwpakket hield ze aan het eind van het recept nog wel een ingrediënt over: de reep witte chocola. Maar het fotootje bij het recept verraadde dat die bedoeld was om eroverheen te raspen. Het grootste deel van de reep bleef nog over, maar geen nood, die wilde mijn dochter wel opeten. Alles voor het goede doel.
Toen ik zelf een rondje door de aula ging maken langs de kraampjes, was de taart al uitverkocht. Of hij lekker was, weet ik dus niet, maar ik zou het aan die ene leraar kunnen vragen die niet alleen voor een tweede, maar ook voor een derde stuk terugkwam. Mooi, dat ook de docenten zich zo inzetten voor de goede zaak.

100 g cakemeel
100 g kristalsuiker
4 eieren (m) op kamertemperatuur
1 pak stroopwafels
1 pakje kloppudding karamel (Dr. Oetker)
2 x 250 ml slagroom
50 g suiker
(Stukje van een )reep witte chocolade
125 ml melk
2 pakjes Klop-Fix (Dr. Oetker)
Springvorm 28 cm


Verwarm de oven voor: elektrische oven 180 gr, heteluchtoven 170 gr.
Vet de springvorm in met boter en bestuif de vorm met bloem.
Klop de eieren met de suiker in 5 minuten met de mixer op de hoogste stand tot een luchtig beslag.
Zeef het cakemeel en schep dit voorzichtig door het beslag.
Schenk het beslag in de springvorm en bak het in ca. 25 min. gaar.
Laat de taart op een rooster afkoelen.
Klop de helft van de Dr. Oetker Kloppudding Karamel met 125 ml melk.
Klop in een andere kom 500 ml slagroom met 50 g suiker en de Klop-Fix.
Meng een derde deel van de slagroom door de karamelpudding en laat het mengsel 10 minuten opstijven in de koelkast. Snijd de taart met een groot broodmes horizontaal doormidden en bestrijk de onderste helft van de taart met de karamelpudding.
Leg de bovenste helft van de taart op de pudding.
Snijd de stroopwafels in stukjes, meng de helft door de slagroom en bestrijk de bovenste helft met de stroopwafelslagroom.
Versier de taart met de andere helft van de stroopwafelstukjes en rasp er witte chocolade overheen.

Bron recept: koopmans.com

 

 

Inde Soete Suikerbol

Soesjes

Als de moeder van J. destijds niet had zitten dromen op haar bakfiets, was J. er nooit geweest. Maar de Winterswijkse bakkersdochter lette niet op, reed een jonge bakker in opleiding uit Genderingen van de sokken en de vonk sloeg over. Ze trouwden, namen de bakkerij van haar ouders over en kregen tien kinderen.

J. kan over de bakkerij verhalen vertellen die je doen watertanden. Over de slagroomtaarten die zijn vader maakte, de zijkant bestrooid met hagelslag of amandelschaafsel. Over de kletskoppen die - nog warm en buigzaam - om een soort metalen kabouterpuntmutsje werden gerold en daarna met  room gevuld. Over de krentenwegges, die traditiegetrouw voor bruiloften werden besteld. De gevulde koeken met vers amandelspijs (,,Later nooit meer zulke lekkere gegeten’’) en de kokosmakronen. En over de typische seizoensproducten, waar destijds het speculaas ook nog bij hoorde. De kist waarin de speculaasmachine zat, staat tegenwoordig bij ons in de keuken. Wij bewaren er onze flessen likeur in en de boodschappentassen. Én een bovenmaatse koperen beslagkom, ook uit de bakkerij, waar J.’s vader met een bijpassende uit de kluiten gewassen garde eigenhandig slagroom in sloeg. Zúlke armen had hij, wijst J. dan een Popeye-achtig formaat aan. De slagroom werd in literflessen aangeleverd en J. en zijn broers en zussen waren daardoor de enige kinderen op school die hun fietsspaken niet alleen konden versieren met de rode, blauwe en groene aluminium doppen van de karnemelk, volle melk en yoghurt, maar ook met gouden exemplaren. Evenzeer tot de verbeelding spraken de grote brokken chocola, die werden verwerkt in de taarten en koekjes. Als hij erover vertelt zie ik voor mijn geestesoog de beelden uit de verhalen van W.G. van der Hulst over bakkerij Inde Soete Suikerbol voor me, die in de jaren ‘70 op tv werden voorgelezen, terwijl de tekeningen uit het boek één voor één in beeld verschenen, tussendoor langzaam vervagend.  

Maar natuurlijk was het niet alleen maar romantiek, er moest wel keihard gewerkt worden. Tegenwoordig zou het ondenkbaar zijn, maar J.’s vader versjouwde eigenhandig zakken meel van 50 kilo en de temperatuur in de bakkerij liep zeker in de zomer torenhoog op. En het sprak vanzelf dat het hele gezin meewerkte op de vrijdagmiddag en de zaterdag.

J., die zeker toen hij een jaar of 8,9 was, nog klein van stuk was, had heel speciale taken. Zoals de kinderen die in de textielfabrieken in de negentiende eeuw onder de weefgetouwen de gevallen restjes wol moesten oprapen en in de mijnen afdaalden om door de allersmalste gangetjes te kruipen, werd J. op een dekentje de (afgekoelde!) oven in geschoven om achterin schroefjes vast te draaien die waren losgetrild. Net zo makkelijk sprong hij rond tussen de gloeiend hete bakblikken, met een kwast in zijn hand om de net gebakken broden met water in te smeren, zodat ze mooi gingen glimmen. Ongelukken gebeurden nooit: ,,Mijn vader wist wel dat hij mij dat kon laten doen hoor, ik lette echt wel op,’’ aldus J.’s nuchtere commentaar. Maar de meeste tijd bracht hij door met een typische vrijdagmiddagklus: soesjes knippen, die daarna met slagroom konden worden gevuld. Hele bergen soesjes, die zaterdagmiddag steevast waren uitverkocht.

Het recept kunnen we helaas niet meer aan J.’s vader vragen, want die is helaas al heel wat jaren geleden overleden, maar daarvoor biedt het Margriet-kookboek, ook uit J.’s ouderlijk huis, weer uitkomst.  

 

60 g bloem
50 g boter
Snufje zout
3 kleine eieren
poedersuiker

 

Breng 1 dl water samen met boter en zout aan de kook in een smalle pan, onder voortdurend roeren. Voeg, als de boter geheel is gesmolten en een glad mengsel is ontstaan, alle bloem tegelijk toe. Blijf roeren tot een deegbal ontstaat, die gemakkelijk van de bodem van de pan loslaat. Neem de pan van het vuur en voeg één voor één de eieren toe. Voeg pas een ander ei toe als het vorige geheel is opgenomen. Blijf ook daarna nog enige tijd energiek roeren, tot het deeg blazen gaat trekken. Schep er 20 bergjes van op een ingevette bakplaat, met voldoende tussenruimte. Zet de bakplaat ruim 15 minuten in een voorverwarmde, hete oven (220 graden). Temper de ovenhitte enigszins op de helft van de baktijd (naar 180 graden). Houd de ovenklep tijdens het bakken gesloten. Laat de gare soesjes na het uitschakelen van de warmtebron nog enkele minuten in de geopende oven staan. Knip na afkoeling de soesjes aan de zijkant open en vul ze met slagroom, met banketbakkersroom of met ijs. Stuif er poedersuiker over.

 

 

Niet zingen mam!

Tropische chocolade-kokostaart

Waarmee doe je een 17-jarige een plezier op zijn verjaardag? Ja, met het overmaken van een bedrag op zijn bankrekening. Maar wat dan nog meer? Slingers ophangen? Als hij het al ziet, is het doordat hij er met zijn lange lijf in verstrikt raakt. ‘Lang zal hij leven’ zingen? ,,O nee mam, alsjeblieft, hou op,’’ hoor ik hem al kreunen. Een verjaardagstaart bakken dan maar, maakt niet uit welke, hij mag het zeggen. ,,Dan wil ik die chocolade-kokostaart, je weet wel, zo een die je toen ook voor je werk gemaakt had.’’ Ja, dat weet ik nog, die was voor het zogenaamde winterbuffet, waarop ook kaasfondue, glühwein en stoofpeertjes stonden uitgestald. Ik had de met kokos besneeuwde taart toen voorzien van plastic dennenboompjes. Die zaten ooit bij de themataart ‘manege’, die mijn dochter ooit op haar 5de of 6de verjaardag had uitgezocht bij de bakker: plastic paardjes en dito hekken op een grasveld van felgroen marsepein. (Altijd bewaren, komen ook weer van pas bij het maken van sinterklaassurprises). Oké, de tropische chocotaart dus, dat is toevallig de meest bewerkelijke van allemaal met de langste lijst ingrediënten, maar mijn eerstgeborene wordt niet elke dag 17. Bovendien is het maken van het kokosglazuur een bijzonder leuk klusje en het is nóg leuker om dat spul in zwierige vegen over de taart uit te strijken en de kokos eroverheen te strooien. Maar dat mag de jarige doen. 

Voor het gebak
300 gram ananas op sap uit blik
100 gram roomkaas (mon chou)
260 gram bloem
160 gram suiker
100 gr lichtbruine basterdsuiker
1,5 theelepel bakpoeder
¾ theelepel dubbelkoolzure soda
260 gr boter
50 gr cacao, gezeefd
3 eieren

Voor het glazuur
3 eiwitten
100 gr suiker
4 eetlepels glucosesiroop
¼ tl zout
¼ tl wijnsteenzuur
2 theelepels kokosessence
40 gr gedroogde of geraspte kokos
 

Nb: de niet-alledaagse ingrediënten zoals wijnsteenzuur etc. heb ik allemaal bij de toko kunnen krijgen. Glucosesiroop heb ik de eerste keer bij de banketbakker gehaald, de tweede keer zelf gemaakt: 3 eetlepels water met 100 gram suiker aan de kook brengen en 2 minuten laten koken.

Verwarm de oven voor op 180 graden. Bekleed twee springvormen van 28 cm met bakpapier. Laat de ananas uitlekken, bewaar het sap. Meng de ananas en de roomkaas in de keukenmachine tot een glad mengsel. Doe er alle andere ingrediënten bij en meng tot een glad beslag. Verdeel over de twee taartvormen en bak 20 tot 25 minuten. De cakeplakken zijn gaar als ze loskomen van de rand van de vorm en verend aanvoelen. Laat afkoelen.
Hang voor het kokosglazuur een kom in een pan met water dat bijna kookt (het water mag de bodem van de kom niet raken) en klop met een elektrische mixer de eiwitten, suiker, siroop, zout en wijnsteenzuur tot het mengsel dik, wit en glanzend is en in pieken blijft staan. Dit kost 5 tot 10 minuten.
Haal de kom van de pan en klop de kokos-essence door het schuim. Smeer ongeveer een derde op een afgekoelde cadeplak, leg er de andere cakeplak op. Meer met zwierige hand het schuim op en over de taart. Strooi er de gedroogde kokos overheen.

Bron: kookboek Feest van Nigella Lawson

Driewerf hoera

Cupcakes met marsepein

Mijn dochter, J.s zoon en J. zelf zijn binnen 2 weken jarig en dan is het wel zo praktisch om dat in één keer te vieren, zowel voor onszelf als voor de familie, die anders het heen en weer krijgt. Het is al lastig genoeg om één datum te prikken in een weekend, aangezien de kinderen hun verjaardag ook nog vieren op verschillende adressen en iedereen sowieso een volle agenda heeft. Afgelopen zaterdag kwam naar voren als beste optie. J.’s kinderen moesten eerst nog wel voetballen op Marken respectievelijk in Edam, maar redelijk vroeg in de middag. J. ging ze eerst langs de lijn aanmoedigen en zou ze daarna mee naar huis nemen, maar voor half vier zou hij niet thuis zijn. Aan mij dus de taak voor die tijd de boodschappen te doen en het eten voor alle genodigden voor te bereiden. En om het huis toonbaar te maken, want helaas had onze werkster net deze week afgebeld in verband met familieomstandigheden. Iets makkelijks te eten maken dan maar: broodjes hamburger.
Heel optimistisch had ik ook nog alle benodigheden voor appeltaart ingeslagen, maar een blik op mijn horloge zei dat dat niet meer ging lukken. Niet erg, de jarige was toch van plan cupcakes te maken voor haar vriendinnen en wilde wel ook even een slagroomtaart meenemen als ze toch marsepein ging halen. Tijdens de fietstocht was de slagroom wel een beetje naar één kant geschoven, maar wat hinderde dat nou. ‘Het komt toch kapot in de maag aan,’ haalt J. zijn moeder in zo’n geval altijd aan, compleet met onvervalste Achterhoekse tongval.
Ik droeg mijn zoon op te stofzuigen, ging zelf met een emmer sop het hele huis rond en verwerkte 4 kilo rundergehakt tot een imposante stapel hamburgers. Gelukkig vond mijn zoon dat wél een leuk klusje en kwam hij me hierbij helpen. In de tussentijd bakte mijn dochter roze cakejes, rolde marsepein uit, sneed reepjes en bloemetjes uit en maakte er prachtige felgekleurde kunstwerkjes van. ,,Je moet banketbakker worden,’’ zei een van haar vriendinnen. ,,Welnee, de muffinmix komt gewoon uit een pakje en de marsepein kun je zo kopen, iedereen kan het,’’ zei ze nuchter. En zo is het ook.

1 pak muffinmix, roomboter, eieren (kijk op het pak voor de hoeveelheden)
eetbare kleurstof (verkrijgbaar bij kookwinkels of een van die winkeltjes met cupcakes-spullen die overal als paddenstoelen uit de grond schieten)
diverse kleuren marsepein (idem)
poedersuiker
water
deegrol
eventueel uitsteekvormpjes
bloem

Bak de cakejes volgens de gebruiksaanwijzing op de verpakking en doe er, als je dat leuk vindt (mijn dochter wel) een druppeltje kleurstof doorheen. Tip: roze cake nodigt meer uit tot eten dan blauw of groen. Laat even afkoelen. Rol intussen marsepein in de gewenste kleuren dun uit op een licht met bloem bestoven oppervlak. Steek er rondjes uit ter grootte van de bovenkant van de cakejes, bijvoorbeeld met een glas. Wij hebben toevallig (nou ja, toevallig…) een ronde vorm om pastarondjes mee uit te steken, met een mooi kartelrandje, in huis, die precies de juiste maat bleek te hebben.

Maak van een paar theelepels poedersuiker met een druppeltje water een papje om als ‘lijm’ te gebruiken en plak daarmee de rondjes op de cakejes. Snijd of steek vervolgens allerlei vormpjes uit het marsepein als decoratie en plak die ook weer met het poedersuikermengsel vast.

Geen gluten vandaag

Glutenvrije citroen-ricottataart

Wat is het toch heerlijk als je alles kunt eten zonder enige beperking. En dan heb ik het even niet over de calorieën, want die tel ik stiekem ook, maar over alles waar je allergisch voor kunt zijn. E-nummers, lactose, aardbeien, pinda’s, noem het allemaal maar op. En voor gluten, ofwel eiwitten die voorkomen in tarweproducten, zoals een van onze vrienden. Zij en haar man kwamen bij ons eten en dat betekende een uitdaging: een diner samenstellen zonder ook maar iets van tarwe daarin. Het hoofdgerecht hoefde geen probleem te zijn: lamsrack uit de oven met aardappelpuree en groenten, daar komen geen gluten aan te pas. Ook bruschetta vooraf - geroosterde stukjes (stok)brood met knoflook en belegd met onder meer tomaat en basilicum - moest mogelijk zijn, met glutenvrij brood.Toen ik in de supermarkt informeerde of ze dat verkochten, troonde de jongen van de bakkersafdeling me mee naar een schap waar ik al talloze keren was langsgelopen, maar nog nooit een blik in had geworpen, vlak naast de maaltijdrepen en -shakes. Een nieuwe wereld ging voor me open, in de vorm van een uitgebreid assortiment aan glutenvrije producten, van brood tot paneermeel en tot pasta en lange vingers. Glutenvrije tiramisu als toetje misschien? Maar wacht: daar stond ook bakmix voor witbrood of een glutenvrije pizza. Dit bood mogelijkheden om ook mijn favoriete dessert te maken: een citroen-ricottataart. De bloem in het recept simpelweg vervangen door de bakmix, waarvan het hoofdbestanddeel rijstebloem is, volstaat. De structuur van de korst wordt wel iets ‘losser’dan met bloem het geval is, maar dat is helemaal geen bezwaar. Zeker niet als je er aan tafel de limoncello-suikerstroop nog overheen giet, die trekt dan nog iets beter in het gebak.

Ingrediënten:

125 g boter
250 g glutenvrije bakmix
325 g suiker
1 zakje vanillesuiker
zout
1 eidooier
2 eieren
2 citroenen
500 g ricotta
100 ml limoncello (Italiaanse citroenlikeur)

NB: Voor een niet-glutenvrije taart, neem dezelfde ingrediënten, maar gebruik gewone tarwebloem in plaats van de bakmix!

Vet een taartvorm met uitneembare bodem (doorsnee 28 cm) in. Kneed 250 g bakmix, 75 g suiker, de vanillesuiker, een snufje zout, 125 boter in stukjes, 1 eidooier en 1 tot 2 eetlepels koud water eerst met de mixer en dan kort met de handen tot een glad deeg. Rol het op een beetje van de bakmix uit (ook hiervoor dus geen bloem gebruiken!) en druk het bij de rand uit. Prik de deegbodem een aantal keer in met een vork. Zet 30 minuten koud weg.

Verwarm de oven voor (elektrisch: 175 graden, hetelucht: 160 graden, gas: stand 2). Was de citroenen af met heet water en wrijf ze droog. Rasp de schil van 1 citroen, pers die uit. Klop 2 eieren en 150 g. suiker in 3-4 minuten schuimig. Roer de ricotta er in 2-3 porties doorheen, roer dan de citroenschil en het -sap erdoor. Strijk het mengsel over het deeg.

Bak de taart ca. 40 minuten in de oven. Schakel de oven hoger (elektrisch: 200 graden, hetelucht: 180 graden, gas: stand 3) en bak nog 15-25 minuten verder. Laat in de vorm afkoelen.

Snijd 1 citroen in dunne schijfjes. Kook de likeur, 5 el. water en 100 g. suiker in een ruime pan 2-3 minuten op vrij hoog vuur. Voeg de citroenschijfjes toe en laat op gematigd vuur ongeveer 10 minuten koken in de siroop. Laat ca. 5 minuten afkoelen. Leg de citroenschijfjes op de taart.

Laat verder afkoelen, giet de siroop door een zeef om eventuele pitjes eruit te halen en serveer de siroop in een kannetje bij de taart.

Dit recept is een aangepaste versie van Crostata al limone uit het tijdschrift Koken & genieten van juni 2010

Het zwaard van Damocles

Sinaasappelbonbons

Ik zit op de bank, rond kwart over een ’s nachts en bedenk dat het tijd is om te gaan slapen. Dan hoor ik ineens een gekletter van water in de keuken. Is de deur van de vaatwasser opengegaan? Stond die aan dan? Maar nee, het water komt van boven: het stroomt uit het kokertje in het plafond, met medeneming van alle viezigheid die nou eenmaal in zo’n buis ontstaat. J. komt op mijn ontzette kreten aan gesneld. Intussen loopt het water nog steeds langs en door de keukenkastjes via het aanrecht naar de houten vloer. Die kleine keukenhanddoekjes zetten geen zoden aan de dijk, dus ren ik naar boven om alle badlakens te halen. J. staat inmiddels op een keukentrapje met een emmer om zo veel mogelijk water op te vangen. Het gaat wel steeds langzamer sijpelen en als we bijna door ons droge textiel heen zijn, lijkt het op te houden. Na enige navorsingen vinden we de bron van de ellende: een lekkende buis bij de cv-ketel. Het was ons niet eerder opgevallen, doordat het weglekkende water meteen wegliep in de pijp van het centrale afzuigsysteem. De draaiende ventilator hield het water tot nu toe in de buis, waardoor het als een zwaard van Damocles boven ons was blijven hangen. Maar toevallig net vandaag heeft J. de motor uitgezet, omdat die zo’n gek geluid begon te maken…
Net als in vroeger tijden, als ik ’s nachts bedden verschoonde van overgevende kinderen, neem ik in gedachten het programma van de volgende dag alvast door. Zou ik vrij kunnen nemen om de bende op te ruimen? Het is morgen vrijdag, of eigenlijk nu al. Dat is het voordeel van collega’s die ook laat werken: mijn sms’je wordt (2 uur) nog beantwoord en ja, met wat geschuif in het rooster moet het lukken. In de koelkast ligt een vulling voor sinaasappelbonbons op te stijven, voor de hapjesavond, bedenk ik me. Helaas voor mijn collega’s: daar zullen ze even op moeten wachten.

Maar wat in de koelkast ligt, verzuurt niet, zeker niet als er grand marnier doorheen zit. Dus als ik dit weekend klaar ben met soppen, opruimen, handdoeken wassen en bellen met de verzekeringsmaatschappij over de opgezwollen keukenkastjes, is het tijd voor iets leuks: zelf bonbons maken van pure chocola met sinaasappellikeur, als een bitterzoete pleister op de wonde.  

Voor ongeveer 40 stuks:

675 gram pure chocolade
200 gram slagroom

30 gram boter
zout
geraspte schil van 1 sinaasappel
1 el sinaasappellikeur (bijv grand marnier)

Breek de chocolade in blokjes, breng de slagroom met de boter en een mespunt zout in een pan aan de kook. Neem van het vuur en roer er 375 g chocolade, de sinaasappelschil en likeur doorheen. Bekleed een vierkante of rechthoekige schaal met vershoudfolie. Giet het chocolademengsel in de schaal en dek af met folie. Laat minimaal 10 uur opstijven in de koelkast.

(De volgende dag) Smelt 300 g chocolade. Neem de ganache (crèmevulling) uit de koelkast en stort hem op een snijplank. Snijd blokjes van de ganache. Dompel de blokjes met behulp van een grote vork in de chocolade en laat ze afkoelen op bakpapier. Ik vond het leuk om nog wat draadjes sinaasappelschil te trekken met een zester en die op de nog natte chocola te leggen. Dat kan alleen meteen na het dompelen, dus niet wachten tot je alle bonbons gemaakt hebt, want het stolt heel snel.

Bron recept: tijdschrift Foodies